Medicinale planten de Hortus

You are here

Johannes Snippendaal

Jeugd en studie
Johannes Snippendaal is geboren in 1616 als enig kind van Peter Sneppendaal en Maritje Jaspers van op den Bos. De exacte geboortedatum is niet bekend. Wel weten we dat zijn ouders op 21 april 1615 in ondertrouw gingen. Ook weten we dat hij op 14 februari 1616 gedoopt is in de Lutherse kerk van Amsterdam. In plaats van de naam Sneppendaal gebruikte Johannes zelf consequent de naam Snippendaal. Zijn ouders hadden een slecht huwelijk en leefden uiteindelijk gescheiden. Vader Peter Sneppendaal overleed kort voor 1650. Snippendaal heeft waarschijnlijk een aantal jaren de Latijnse school in Amsterdam bezocht en mogelijk ook het Amsterdamse Athenaeum Illustre, voordat hij zich op 30 mei 1636 liet inschrijven aan de universiteit van Leiden. Verrassend genoeg was dat aan de faculteit voor filosofie en literatuur. Zijn liefde voor botanie is mogelijk tijdens zijn studie ontstaan.

Prefect bij de Hortus
In 1646 werd Johannes Snippendaal aangesteld als eerste prefect van de Hortus. Tien jaar lang beheerde hij de Hortus en gaf er les in de botanie. In de veilingaankondiging van zijn bibliotheek in de Oprechte Haarlemmer (krant) na zijn dood wordt hij 'Professor Botanices' genoemd. Er is echter geen benoeming tot professor bekend. Vermoedelijk slaat deze verwijzing op de lessen plantkunde die Snippendaal in de Hortus en later mogelijk daarbuiten gegeven heeft. Snippendaal was een verwoed plantenverzamelaar. In zijn eerste jaar wist hij de oorspronkelijke collectie van 330 soorten uit te breiden tot 796. Dat waren veelal siergewassen die hij door middel van ruil verwierf van tuineigenaren in en rondom Amsterdam. Zijn werk voor de Hortus Medicus werd zeer gewaardeerd door de Amsterdamse medici. In zijn catalogus staat o.a. een gedichtje van François de Vicq, één van de Inspectores van het Collegium Medicum, waarin Snippendaal wordt gelauwerd. Ook de Amsterdamse groothandelaar in kruiden Jan Six van Chandelier schreef een lofdicht: ‘Steetuinkroon aan Joannes Snippendaal’. Het gedicht werd gepubliceerd in Six’ bundel Poesy uit 1657. In 1656 werd de aanstelling van Johannes Snippendaal om onbekende redenen beëindigd.

Snippendaal de HortusBibliotheek
Snippendaal bezat een bibliotheek. Na zijn dood is deze op 25 februari 1671 in Amsterdam geveild. Er is geen veilingcatalogus bewaard gebleven en slechts twee boeken zijn achterhaald: Prodromos Theatri Botanici (1620) en Pinax Theatri Botanici (1623) van Caspar Bauhin. Deze bevinden zich thans in de bibliotheek van de Missouri Botanical Garden in Saint Louis. De titelpagina's bevatten het opschrift 'Sum Joannis Snippendali(i)' (Ik ben van Johannes Snippendaal). Ze bevatten talloze aantekeningen, vermoedelijk van Snippendaal zelf. Hieruit blijkt dat hij goed bekend was met het werk van Bauhin.

Overlijden en begraven
Snippendaal bleef zijn hele leven ongehuwd, wat mogelijk kwam vanwege zijn handicap: hij had een bochel. Snippendaal overleed in 1670 en werd op 18 maart in dat jaar begraven in de Nieuwe Kerk van Amsterdam. Tot zijn dood woonde hij bij zijn moeder in het huis aan de Nieuwe Nieuwstraat, die hem ruim overleefde. Zij stierf in 1685, bijna 92 jaar oud.

Meer informatie over de Snippendaal-catalogus en de vertaling vindt u hier.

Based on Danland by Danetsoft © De Hortus 2015