Palmenkas de Hortus Amsterdam

You are here

Palmenkas

De monumentale Palmenkas uit 1912 huisvest  ’s winters een collectie palmen, palmvarens (Cycadeeën) en kuipplanten. De meeste kuipplanten gaan ’s zomers naar buiten, maar sommigen, zoals de beroemde Encephalartos altensteinii van 350 jaar oud, blijven ook in de zomer in de kas staan. Dit geldt natuurlijk ook voor de  planten die in de volle grond staan. Van de kaneelboom (Cinnamomum burmannii) en de twee ficussen (F. macrophylla en F. lyrata) wordt gezegd dat Hugo de Vries ze zelf plantte ten behoeve van het onderwijs. Philodendron bipinnatifidum met zijn lange luchtwortels is een beeldbepalende plant in de kas.

In totaal overwinteren er zo’n 150 soorten in de palmenkas waaronder markante planten als de ‘Three Kings’ liaan(Tecomanthe speciosa), de kapokboom (Ceiba pentandra)en de mastiekstruik (Pistacia lentiscus). maar ook enkele opvallende winterbloeiers zoals de kowhai (Sophora tetraptera)  en de sterk geurende Australische ‘sweet needlebush’ (Hakea drupacea).

De palmenkas werd in 1911 ontworpen door de architect Johan Melchior van der Mey (1878-1949). Samen met Michel De Klerk en Pieter Lodewijk Kramer werd Van der Meij later hét gezicht van de Amsterdamse School.

De Palmenkas is een beschermd monument en een prominent onderdeel van het Hortuserfgoed. Zijn bijzondere ontstaansgeschiedenis, de fraaie architectuur en de markante ligging, zowel in de Hortus als in de groene Plantage, geven het bouwwerk een grote cultuurhistorische en architectonische waarde. Bovendien is het monument springlevend, want ook nu, na honderd jaar, voldoet het gebouw uitstekend als plek waar palmen en andere planten uit de botanische collectie groeien en bloeien.

Het gebouw en de planten vormen op deze manier al honderd jaar een schitterende symbiose. Ze kunnen, simpel gezegd, niet zonder elkaar.

Palmenkas de Hortus Amsterdam

Based on Danland by Danetsoft © De Hortus 2015